Infrastructuur is iets van de lange adem

Infrastructuur is iets van de lange adem

Infrastructuur is iets van de lange adem

Interview

Infrastructuur is iets van de lange adem

Het optuigen en onderhouden van een (digitale) infrastructuur is niet iets dat je even op een nazomermiddag doet. Volgens Jaap Uijlenbroek, directeur-generaal van de Belastingdienst is het vernieuwen en verbeteren van die infrastructuur iets van de lange termijn, iets wat tijd kost. “Tegelijkertijd zie je dat de ontwikkelingen in de ICT-wereld erg hard gaan. Dat is een paradox.”

De Belastingdienst, en dat geldt voor de hele Rijksoverheid, raakt in toenemende mate digitaal met elkaar verweven. Ook al omdat als overheid je naar de burger toe zo eenduidig mogelijk wilt zijn. “In dat kader is de Generieke Digitale Infrastructuur (GDI) van groot belang.” Uijlenbroek vindt dat er inmiddels al een groot aantal componenten van die GDI staat (“Zoals een DigiD, een Berichtenbox of een Digipoort”), maar is ook wel benieuwd naar de doorontwikkeling van de GDI. “Het hebben van een infrastructuur is iets van de lange termijn. Wat dat betreft maak ik wel eens een vergelijking met de A12, de autosnelweg die van Den Haag via Utrecht tot aan de Duitse grens loopt. Ooit hebben we die snelweg aangelegd, je krijgt ‘m er ook niet meer weg, maar het lijkt niet meer op wat ‘ie ooit was. Wij beseffen onvoldoende dat infrastructuur, ook de digitale infrastructuur, iets van de lange termijn is, iets wat tijd kost om te vernieuwen en te verbeteren. Tegelijkertijd zie je dat de ontwikkelingen in de ICT-wereld erg hard gaan. Dat is een paradox. Doordat het infrastructuur is waar veel partijen van gebruikmaken, is het per definitie lange-termijnwerk. Doordat het in de ICT zit, met een hoog ontwikkelingstempo, zie je dat er spanning zit op de snelheid van ontwikkelen versus de mate van gemeenschappelijkheid.”

Volgens Jaap Uijlenbroek is er niet één oplossing. Wel belangrijk, volgens hem, is om de spanning beheersbaar te houden en te zorgen dat de GDI een gemeenschappelijke opgave blijft. “Het betekent dat je besluitvormingsstructuren moet hebben die ook het tempo van de ontwikkelingen bij kunnen houden en dat je heel scherp moet hebben: wat is nou die infrastructuur? Wat hoort er wel bij en wat niet? In welke mate wil je dat een specifieke functionaliteit echt gemeenschappelijk is en in welke mate is het oké dat twee of drie organisaties het gebruiken en verder niet. Maar ook daar moet je een besluit over kunnen nemen en ook daar moet je dan weer een besluitvormingsstructuur voor hebben die daarbij past. De ambitie is, en die is ook neergelegd in het in april verschenen rapport Maak Waar!, om daar écht stappen in te gaan zetten.”

 

Een uitgebreid verhaal met Jaap Uijlenbroek is te vinden op de website van iBestuur