En nu voorwaarts!

En nu voorwaarts!

En nu voorwaarts!

"Het openbaar bestuur is nog totaal niet voorbereid op de digitale wereld waarin het opereert." Dit is een citaat uit het interview dat de voorzitter van de Staatscommissie parlementair stelsel Johan Remkes gaf aan het Financieel Dagblad op 6 mei 2017. Voor mij steun uit onverdachte hoek om niet af te laten aandacht te geven aan de grote verandering die de overheid zal moeten doormaken om de aansluiting bij de informatiemaatschappij wèl te vinden. Want daar zal het in de komende tijd om gaan. In het rapport van de Studiegroep Informatiesamenleving en Overheid staat het zo, als eerste stelling: ‘Digitalisering van de overheid vergt een radicale omkering van houding’.

Mijn grote zorg is dat wordt voorkomen dat hier geen lippendienst wordt bewezen, maar dat het ons bij de overheid menens is. Tot nu toe is het een ware bureaucratische en politieke strijd geweest om met mijn inzet tot die andere samenwerkende, als één overheid opererende organisatie te komen. Die strijd is helemaal niet erg, want zonder slag of stoot verandert er uiteraard niets in wat we als sinds Thorbecke aan het doen zijn. Ieder moet uit zijn comfortzone, en eigen belang inleveren voor een collectieve benadering. Want in de digitale wereld, in een informatiemaatschappij, zal de overheid niet zonder keiharde afspraken en standaarden over digitale communicatie, identificatie, het werken met (big) data en het uitwisselen van informatie kunnen werken.

Ik ben er trots op dat er in het vervullen van mijn opdracht als Digicommissaris belangrijke stappen zijn gezet. Als onafhankelijke regisseur en aanjager is het vaak gelukt om met vertrouwen partijen om de tafel te krijgen. Er wordt nu totaal anders gedacht over de positie van de inwoner en het bedrijfsleven in relatie tot de digitale overheid: zij staan centraal en daarom zijn we nu bezig om de informatieportalen van de overheid en mijnoverheid voor ondernemers door te ontwikkelen naar dat uitgangspunt. Niet van en voor alle overheidsorganen afzonderlijk, maar voor de overheid als geheel. Dat vraagt geduld, maar ook zo nu en dan doorzettingsmacht.

En dan kom ik tot mijn aarzeling en twijfel op dit moment: om waar te maken wat we nu als ambities hebben uitgesproken in het Digiprogramma 2017 en in het rapport 'Maak waar', is het nodig een kwetsbaar vertrouwen dat in de afgelopen drie jaar is opgebouwd te handhaven. Hoe doen we dat? En wat is daarvoor nodig? Ik denk dat er maar twee lijnen zijn: ofwel we handhaven een (Digicommissaris als) onafhankelijk regisseur onder een aantal voorwaarden. De lessen uit de evaluatie 'De Digidelta: samen versnellen' zijn daarbij een goed uitgangspunt. En de tweede mogelijkheid is dat er een bewindspersoon komt die de opdracht van de Digicommissaris uitvoert met een begrotingsartikel als minimale voorwaarde, en met de bereidheid en de doorzettingsmacht om het interbestuurlijke, het gezamenlijke voor het individuele en het organisatiebelang te laten gaan. Dat alles om het meest prangende probleem van de overheid van vandaag, zoals Johan Remkes dat verwoordde, op te lossen. In het belang van inwoner en bedrijfsleven.